Het leven van Edgar Doncker
- Geboren 15 juni 1926 te Hamburg uit Nederlandse ouders
- Jeugd doorgebracht in Duitsland, Belgie en Nederland.
- Opleiding: HBS
- Na de 2e wereldoorlog naar Indonesië als dienstplichtige.
- Vindt werk in de visserij en levensmiddelenbrache en begint een eigen im- en exportbedrijf in chocolade en snoepwaren.
- Het bedrijf groeit razendsnel en Doncker doet zaken over de hele wereld.
- Twee huwelijken mislukken en hij blijft kinderloos.
- In 1984 verkoopt hij zijn bedrijf. De opbrengst wordt belegd in onroerend goed.
- In 1993 wordt een ernstige ziekte bij hem ontdekt.
- Heeft een zeer aanzienlijk kapitaal vergaard en richt, onder andere opdat zijn nalatenschap niet aan de staat zou vervallen, de Stichting Edgar Doncker Fonds op, waarbij drie doelen centraal staan: natuurbehoud, kindergeneeskunde en de waarachtig Nederlandse cultuur. Ieder jaar wordt er een prijs van de helft van het rendement op het vermogen, circa 150.000 euro, uitgereikt aan een van deze doelen.
- Edgar Doncker sterft op 14 oktober 1996 op 70 jarige leeftijd.
Edgar Doncker, een man van uitersten
Over één eigenschap was iedereen die Edgar Doncker heeft gekend het eens: hij was absoluut een charmant en charismatisch man. Maar wel een man van uitersten: een begaafd en handig zakenman die miljoenen vergaarde maar ook zuinig tot in het pijnlijke. Recht door zee, zeer behoudend, maar met een warm hart. Hoewel... zijn Edgar Doncker Fonds voor enkele prachtige doelen, was in eerste instantie toch opgezet omdat hij vond dat zijn geld bij de staat in volstrekt verkeerde handen zou zijn...

Edgar Doncker
1926-1996
Edgar heeft geen gemakkelijke jeugd gehad. Zijn uiterst conservatieve en buitengewoon strenge vader hield zijn zoon kort: zijn moeder was veel warmer en hij heeft zijn hele leven zielsveel van haar gehouden. Die orthodoxe opvoeding heeft voor een groot deel de rest van zijn leven bepaald: de richting lag vast. Van de – na de HBS – voorgenomen studie economie is niets terechtgekomen, want hij moest eerst in dienst en meevechten in de oorlog die Nederland in Indonesië voerde.
Toen hij ruim vier jaar later terugkwam toog hij onmiddellijk aan het werk, eerst bij Verkade waar hij verkoopleider werd en later bij een visconserven en diepvriesbedrijf. Daar heeft hij zijn internationale ervaring opgedaan. Hij sprak en schreef vloeiend Frans, Duits en Engels en kon zich goed redden in het Italiaans, Spaans en Maleis.
Maar hij was helemaal het type niet om voor anderen te werken en na verloop van tijd begon – samen met een vriend – een eigen im- en exportbedrijf in chocola en andere zoetigheden. “Mijn snoepwinkeltje” noemde hij dat altijd en het was in die jaren dat hij voor de eerste keer trouwde. Dat huwelijk werd een mislukking omdat zijn conservatieve ideeën, en grote zuinigheid niet pasten bij zijn veel jongere vrouw. Uitgaan was er nauwelijks bij, hij was veel op reis voor zaken en als-ie thuis was wilde hij het graag daar gezellig maken. Vrienden of zakenrelaties kwamen er evenwel nauwelijks over de vloer. Een scheiding was onvermijdelijk maar er was geen sprake van echte onmin: toen zijn vrouw later opnieuw huwde en kinderen kreeg ontpopte hij zich als een soort tweede vader voor hen. Een tweede huwelijk liep eigenlijk stuk op dezelfde klippen.
Edgar was een gewaardeerd werkgever. Streng, rechtvaardig en nog steeds zuinig waarbij hij iedereen in zijn waarde liet. Immer formeel: zijn oudere werkneemsters bleef hij hardnekkig aanspreken met mevrouw en pas na jaren ging hij hun voornaam gebruiken.
Naarmate hij wat ouder en steeds rijker werd, begon zijn horizon
te verbreden. Zuinig bleef hij, maar hij kocht wel een fraaie zeilboot.
Tekenend was dat hij zich voor zo’n hobby tot het uiterste
voorbereidde: hij volgde een professionele vakopleiding navigatie.
Alles moest perfect zijn: toen hij met een goede vriend ging tekenen
stortte hij zich op perspectiefleer en anatomie en ontwikkelde zich
tot een (portret)tekenaar van formaat. Hij kocht ook een vliegtuig.
Hij was toen de vijftig al gepasseerd, maar ging begeesterd vlieglessen
nemen en heeft zelfs nog een theorie-examen voor verkeersvlieger
gehaald.
Hij zag dat als een sport en dat was niet zo verwonderlijk want hij
was dol op sporten: van zeilen, duiken en golven tot de Zondag Ochtend
Club, een groepje al wat oudere heren dat op zondagochtend een terreintje
van de gemeente huurde om te gaan hardlopen en voetballen. En Edgar
waste persoonlijk alle shirtjes om ze een week later weer uit te
delen.
Zijn karakter toonde ook kwajongensachtige trekjes. Hij had een sauna
in huis en had er het grootste plezier in om dampend en wel helemaal
naakt door de sneeuw in de tuin te rollen, midden in het chique Aerdenhout.
In deze periode stelde hij ook zijn huis steeds vaker open voor vrienden. Hij had een hekel aan officiële diners, hoewel hij daar in het zakelijke leven niet altijd aan ontkwam. Thuis voelde hij zich op zijn best: vrienden en zakenrelaties werden uitgenodigd – schoenen uit en slofjes aan vanwege het witte tapijt (!) – en dan trakteerde hij op aardappelen, bietjes en speklappen, vooral als die in de aanbieding waren. Toch kon hij ook genereus zijn: een huurder die buiten zijn schuld in financiële problemen was geraakt mocht een aantal maanden zijn betalingen zonder consequenties overslaan. Zo was hij ook wel weer: achter die verstokte vormelijkheid zat een warm hart.
Hij kon het goed vinden met de kinderen van zijn beide exen en de kinderen van vrienden en vriendinnen. Hij stimuleerde ze en hielp ze waar hij kon. Een van hen – een petekind – was naar hem vernoemd en hij maakte een portret van hem: van Edgar senior voor junior, schreef hij eronder.
Toen hij weer eens gekeurd moest worden voor zijn vliegbrevet werd bij hem een zeer ernstige ziekte ontdekt: de ziekte van Kahler. Zijn levensverwachting was drie jaar. Edgar ging niet bij de pakken neerzitten. Met zijn typische humor vertelde hij een van zijn medewerksters dat ze mee moest naar Lelystad om het vliegtuig te poetsen... het moest immers worden verkocht.
Zijn laatste probleem was zijn geld. Hij had een hekel aan belasting betalen en vond dat hij veel beter voor dat geld kon zorgen dan de staat. Zo ontstond het idee van het Edgar Doncker Fonds. Daarmee hield hij zich bezig tot op zijn sterfbed. Toen alle statuten gereed waren, het geld gereserveerd en de stichting een feit was, had hij vrede met de dood die weldra kwam. Als ik de zeventig maar haal, zei hij toen de artsen hem zijn jobstijding brachten. En dat heeft hij gered, zij het op het nippertje.

